Eindverslag Operationeel Programma Noord-Nederland 2007-2013

Europees Fonds Regionale Ontwikkeling

Publiekssamenvatting

'Innovatie onstaat door kennis en business samen te brengen'
Voorblad
Eindafrekening 2007-2013 OP EFRO
01
Het verschil is gemaakt
02
Wat is er bereikt?
03
Waar is het geld voor gebruikt?
04
Wie heeft er meebetaald?
Contact
Handige links en info
Terug

Noord-Nederland is sterk uit de crisis gekomen. Een terugblik op de periode 2007-2013 laat zien dat het Operationeel Programma van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, of OP EFRO, succesvol is geweest.

Kort gezegd: de meeste verwachtingen zijn overtroffen. Bij vorige crises werd Noord-Nederland steevast zwaarder getroffen dan de rest van Nederland. Nu blijkt de noordelijke economie een stuk sterker geworden. De achterstand ten opzichte van Nederland als geheel is kleiner geworden.

Het verschil is gemaakt

Het OP EFRO heeft voor Noord-Nederland echt een verschil gemaakt. In de afgelopen jaren zijn grote stappen gezet bij het omturnen van een industriële maakeconomie naar een kenniseconomie. Er is hard gewerkt aan de speerpunten energie, water, gezond ouder worden, agrifood en high tech systems. Veel economische activiteiten zijn geconcentreerd in en rond de (middel-)grote steden, daarnaast zijn de ruimtelijke kwaliteiten van stad en platteland versterkt. Winst is ook dat steeds meer mkb-bedrijven mee zijn gaan doen met projecten die vanuit het programma zijn gesubsidieerd.

Het stimuleringsprogramma en de onder het programma vallende subsidieregelingen zijn uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Het SNN is door de Europese Unie aangewezen als ‘managementautoriteit’. Wat is er in de periode 2007-2013 bereikt? Waar is het geld voor gebruikt? Wie heeft eraan meebetaald? Lees het in deze samenvatting van de eindafrekening OP EFRO 2007-2013 en laat u inspireren door voorbeelden van projecten die in de afgelopen periode werkelijk een verschil hebben gemaakt.

Terug

Bijna 1 miljard aan totale investeringen

Het ging om ruim 169 miljoen euro. Dat bedrag is vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) in de Noord-Nederlandse economie gestoken. Daarnaast waren er ook middelen vanuit het Rijk beschikbaar, zoals de programma’s Koers Noord, Transitie en Transitie 2. In totaal 200 miljoen euro. Verder droegen provincies, gemeenten en kennisinstellingen bij en kwam ook het bedrijfsleven zelf met investeringen over de brug. Dankzij die verschillende financiële bronnen kon een groots en breed programma worden uitgevoerd. In zeven jaar tijd is er meer dan 700 miljoen in Noord-Nederland geïnvesteerd. Met de uitgelokte vervolginvesteringen erbij gaat het om bijna 1 miljard euro in totaal.

Terug

Innovatie is het sleutelwoord

Innovatie is het sleutelwoord voor Noord-Nederland. Innovaties bedacht door samenwerkende bedrijven, overheden en kennisinstellingen die elkaars sterktes benutten. Innovatie gedijt het beste in een omgeving waar kennis en business elkaar omarmen. Sinds het begin van deze eeuw is deze filosofie richtinggevend voor het Noord-Nederlandse innovatiebeleid. Met de onontbeerlijke steun vanuit EFRO heeft het Noorden in de afgelopen vijftien jaren grote stappen gezet. De visie is steeds meer werkelijkheid aan het worden.

Terug

Verankeren en verbreden

In de periode 2000-2006 is vooral geïnvesteerd in ‘de basis’. Er zijn netwerken en netwerkorganisaties gecreëerd, waar bedrijven en kennisinstellingen structureel met elkaar zijn verbonden rond specifieke thema’s. In de periode 2007-2013 is een volgende stap gezet. Hierbij is voornamelijk gefocust op het verbinden van onderzoek met valorisatie (kennis omzetten in producten).

In de huidige programmaperiode (2014-2020) ligt de focus nog meer op valorisatie en het versterken van de netwerken, omgevingen en faciliteiten. Doel is om de nieuwe economische structuur stevig te verankeren en vooral ook te verbreden zodat iedereen mee gaat doen: overheden, alle lagen en soorten van kennisinstellingen, eindgebruikers, grote en kleinere bedrijven. Vooral bij die laatste groep ligt nog een uitdaging.

Terug

Wat is er bereikt?

Het Operationeel Programma voor Noord-Nederland 2007-2013 heeft de meeste verwachtingen overtroffen. De figuur in de volgende slide laat per doelstelling de streefwaarden en de gerealiseerde waarden zien.

Er zijn meer bedrijven ondersteund, meer samenwerkingsprojecten tussen bedrijven en kennisinstellingen mogelijk gemaakt en meer bedrijfslocaties gemoderniseerd dan van tevoren ingeschat en gepland. Ook zijn er volgens de initiatiefnemers van projecten meer arbeidsplaatsen bijgekomen dan tevoren gedacht.

Critici zullen zeggen dat de programmadoelstellingen te laag zijn ingeschat. Maar de resultaten laten zien dat er sprake is van een structurele verbetering van het onderzoeks- en innovatieklimaat, nieuwe economische kansen, een grotere (toeristische) aantrekkingskracht van het landelijk gebied en een beter vestigingsklimaat in Noord-Nederland. 

Terug

Doelgroep van het programma

Het Noord-Nederlandse bedrijfsleven, in het bijzonder het mkb, was een van de belangrijkste doelgroepen van het programma. Het programma is ingezet om faciliteiten te creëren, maar vooral ook via subsidieregelingen directe ondersteuning aan te bieden. De twee bekendste regelingen die onder de vlag van het OP EFRO zijn uitgevoerd, zijn:

  • de Investeringspremieregeling (IPR) voor uitbreiding van productiecapaciteit en vestiging van nieuwe ondernemingen;
  • de Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit (NIOF) voor vernieuwing binnen het mkb.

De NIOF bleek de topper met ruim 22 miljoen euro aan uitgekeerde subsidies. De 2.800 ondernemingen die van deze regeling gebruik maakten, creëerden samen ruim 1.500 nieuwe arbeidsplaatsen.

Terug

Onderzoeksinstituut Eriba in Groningen: alle kennis over gezond ouder worden bij elkaar

Onderzoeksinstituut Eriba in Groningen doet onderzoek naar gezond ouder worden: ‘Healthy Ageing’. Eriba staat voor European Research Institute for the Biology of Ageing. Honderd topwetenschappers uit de hele wereld zijn op één locatie bij elkaar gebracht en doen onderzoek naar het verouderingsproces en ziekten die daarmee gepaard gaan.

Het instituut is gevestigd op het terrein van de Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het EFRO-geld is onontbeerlijk geweest voor de totstandkoming ervan. Dat al die kennis uit de hele wereld bij elkaar is gebracht, maakt dit project bijzonder. Het gebouw beschikt over alle faciliteiten voor onderzoek naar de biologie van veroudering. Dat gebeurt in dertien onderzoeksgroepen.

Omdat zij met z’n allen in één gebouw zitten, kunnen ze snel en makkelijk kennis uitwisselen. Dat vergroot de kans op wetenschappelijke doorbraken: nieuwe kennis over de oorzaken van veroudering en wellicht ook over behandelingen daartegen. Die wetenschappelijke vindingen vinden vervolgens hun weg naar de maatschappij doordat de lokale industrie ermee aan de slag gaat en de kennis toepast in producten.

Eriba zet Noord-Nederland op de kaart als kennisgebied rondom veroudering, maar zorgt dus ook voor (hoogwaardige) werkgelegenheid, zowel aan de kant van de wetenschap als aan de kant van de industrie die de toepassing realiseert.

'De expertise van onderzoekers uit de hele wereld komt bij Eriba bij elkaar in één gebouw'
Terug

Waar is het geld voor gebruikt?

Het OP EFRO heeft drie prioriteiten gekozen, op basis waarvan de subsidies worden toegewezen.

Onder het tabblad 'Inzet EFRO' worden de prioriteiten met de verschillende actielijnen en de toegekende EFRO-gelden toegelicht. Vier procent van het budget is gebruikt voor dekking van SNN-uitvoeringskosten.

Terug

Prioriteiten

Prioriteit I Innovatie, ondernemerschap en kenniseconomie

Aan prioriteit I is verreweg het meeste geld besteed; ruim de helft van het totale EFRO-geld voor Noord-Nederland. Deze prioriteit kent vier actielijnen: versterking van de kennispositie en innovatiekracht, versterking van de kenniseconomie – ook binnen het mkb, stimulering van ondernemerschap en versterking van de arbeidsmarkt. Er zijn 69 projecten uitgevoerd op het vlak van kennis en innovatiekracht. Hier is ruim 58 miljoen euro aan EFRO in geïnvesteerd (vooraf ingeschat op 30 miljoen euro). Dit onderstreept alleen maar hoeveel nadruk er is gelegd op het verbeteren van het innovatieklimaat, nog meer dan aan stimulering van het ondernemerschap en versterking van het kennisniveau van het mkb.

Prioriteit II Attractieve regio’s

Binnen de prioriteit Attractieve Regio’s is ruim 25 miljoen euro besteed aan de eerste actielijn: het vergroten van de aantrekkingskracht van het landelijk gebied, met name via verbeteringen in de toeristische infrastructuur, waaronder vaarwegen. Aan het vergroten van de bereikbaarheid en mobiliteit, de tweede actielijn, is geen invulling gegeven. Dit lag ingewikkeld omdat de infrastructurele doelstellingen in lijn moesten liggen met de economische oriëntatie van het programma. De derde actielijn is opwaardering van bedrijfslocaties. Hier is ruim 7 miljoen euro aan EFRO naartoe gegaan.

Prioriteit III Attractieve steden

Binnen de prioriteit Attractieve Steden is het meeste EFRO-geld besteed aan projecten gericht op de verbetering van stedelijke voorzieningen. Hier is 32 miljoen euro naartoe gegaan. De tweede actielijn is het opzetten van locaties voor kennisbedrijven. Hier is 2,8 miljoen euro aan besteed.

Terug

Dacom Farm Intelligence in Emmen: maximale oogst met zo min mogelijk water

Behalve eigen subsidieregelingen heeft het SNN met EFRO ook regelingen van andere partijen ondersteund. Zo heeft het EFRO mogelijk gemaakt dat de provincies subsidiemogelijkheden konden bieden voor kleinschalige innovatieve projecten (Innovatieve Actie Programma’s). In Drenthe heeft het Emmense bedrijf Dacom hier met succes gebruik van gemaakt.
Dacom helpt telers en agrarische bedrijven wereldwijd om hun opbrengsten te verbeteren. Het bedrijf ontwikkelt en levert ICT, sensorapparatuur en adviesdiensten. Doel is een maximale veldopbrengst, met minimaal gebruik van water, bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Hiermee zet het bedrijf zich in voor winstgevende én duurzame akkerbouw.

Met EFRO-geld heeft Dacom een systeem met sensoren ontwikkeld dat telers en boeren informatie en advies geeft over het vochtgehalte van de bodem. De sensor wordt inmiddels wereldwijd door telers en agrarische bedrijven gebruikt. De sensor is de trots van het bedrijf. Niet alleen vanwege de technologie die erin zit, maar ook vanwege het mooie design. Een sensor in het veld van een teler maakt dus meteen ook goede reclame voor Dacom.

Dacom draagt met dit project bij aan de kennis in Noord-Nederland over de verduurzaming van de agribusiness. De ontwikkeling van de sensor biedt bovendien nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van vervolgproducten en voor export over de hele wereld.

'De sensor van Dacom draagt bij aan de kennis over verduurzaming van de agribusiness wereldwijd'
Terug

Wie heeft er meebetaald?

In de OP EFRO-periode 2007-2013 zijn in totaal 140 projecten uitgevoerd. Daarnaast zijn er binnen de subsidieregelingen duizenden kleinere projecten uitgevoerd. De totale investering die daarmee is gemoeid, bedraagt 705 miljoen euro.

Dat geld is niet alleen afkomstig van OP EFRO, maar ook van het Rijk, provincies, gemeenten, kennisinstellingen en vooral ook van het bedrijfsleven zelf. Een investering vanuit OP EFRO lokt dus ook veel andere investeringen uit. Dat is precies wat de Europese Unie met het OP EFRO wil bereiken.

Terug

Veel animo

Opvallend is dat projecten minder zijn gesubsidieerd dan vooraf was voorzien. Per euro was er geen 30 cent maar 23 cent aan EFRO-geld nodig om een project van de grond te krijgen. Andere overheden compenseerden dat verschil voor een deel, maar het zijn vooral ook private partijen die hebben bijdragen. Dit bewijst dat er binnen het bedrijfsleven veel draagvlak en animo is voor het investeringsprogramma in Noord-Nederland.

Van de totale cofinanciering door publieke partijen is circa 55 procent  geleverd door partijen uit Noord-Nederland. De overige 45 procent is afkomstig van het Rijk. Een derde van de totale regionale cofinanciering is betaald door publieke partijen als kennisinstellingen. 

Terug

Samenwerking WAC en HydrowashR in Leeuwarden: innovatief en duurzaam handenwassen

Wie grootschalig onderzoek wil doen op het gebied van water, maar daar zelf niet de middelen en mogelijkheden voor heeft, kan hiervoor terecht bij het Waterapplicatiecentrum (WAC). Het WAC is mede dankzij het EFRO tot stand gekomen en gevestigd op de Watercampus in Leeuwarden. Het  WAC biedt onder meer ondersteuning bij proefopstellingen, analyses, inkoop, service en veiligheid. 

Een van de bedrijven die heeft geprofiteerd van de faciliteiten van het WAC, is de start-up HydrowashR , producent van innovatieve handenwasapparaten. De HydrowashR is een apparaat met sensoren waardoor het handen wassen en drogen touch-free en dus zeer hygiënisch verloopt. Na 15 seconden zijn de handen schoon, droog, warm en zacht. Het apparaat verbruikt geen handdoekjes en slechts 10 ml water per wasbeurt. Doordat er ook geen zeep wordt gebruikt, wordt het water minder vervuild. Dit alles maakt de HydrowashR niet alleen innovatief, maar ook duurzaam. Het apparaat heeft al verschillende prijzen gewonnen.

De HydroWashR is een goed voorbeeld van een project waarin een idee wordt uitgewerkt tot een marktgereed product. De ontwikkeling en productie van de Hydrowashr bieden kansen voor de werkgelegenheid in Noord-Nederland, zowel op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (R&D) als productie.

'De HydrowashR biedt kansen op werkgelegenheid in Noord-Nederland, zowel op het gebied van ontwikkeling als productie'
SNN
Lees verder op de website van SNN
@HetSNN
Volg SNN op Twitter
123subsidie.nl
In 3 stappen naar subsidie
LinkedIn
Volg SNN op LinkedIn
Europa
Bekijk meer door Europa gesteunde projecten
Bedankt
01
00
Samenwerkingsverband Noord-Nederland